Druk op F11 voor zo groot mogelijk beeld
Dit is de website van henk en zwaan staal                                     U kunt reageren via mail: henkenzwaanstaal@hetnet.nl
U kijkt naar foto's en informatie over ontstaansgeschiedenis van Gasselternijveenschemond
(en Gasselterboerveenschemond)
terug naar het begin van deze rubriek
info
Foto's met dit " INFO" logo zijn voorzien van extra informatie.
U kunt objecten en plekken op deze foto's met de muis aanwijzen waarna deze extra informatie wordt getoond.
logo gnm  foto nr. osn002
Gasselternijveenschemond, de ontstaansgeschiedenis.
U kunt objecten en plekken op de foto's met de muis aanwijzen waarna hierover informatie verschijnt.
kaartfragment frederik de wit   foto nr. ontstaan2
Gasselternijveenschemond ligt in een oorspronkelijk hoogveengebied dat door vervening, het winnen van turf, zijn aanzicht heeft verkregen.
Op het kaartfragment hiernaast tekent Frederick de Wit de situatie zoals die in 1660 was. Het groengekleurde gebied, liggend op de grens van "Groningae" en "Drentiae", wordt aangegeven als "moerassige heyde".

Ter orientatie hebben we de wijken en kanalen van de kaart van Werneke, v.w.b. de Gasselterboerveenschemond en de Gasselternijveenschemond, zoals de toestand in 1840 was: haast 200 jaar later; zo goed mogelijk op deze kaart geprojecteerd.
Bij "D" zien we een stukje van het Stadskanaal en daarmee de richting van de Semslinie die op deze kaart duidelijk anders is aangegeven als Johan Sems in 1615 heeft vastgesteld.
"1" en "2" zijn het Eerste en Tweede Dwarsdiep. Bij "C" de wijken en het kanaal van de Gasselterboerveenschemond. "A" is de Gasselternijveenschemond, doorgegraven tot het "Hooftdiep" in Gasselternijveen in 1839. "E" en "B" zijn respektievelijk de "Cholerasloot" en de "Catrijnewijk". Ertussenin zien we het hoofddiep van Gasselternijveen die zuidelijk van Bonnerveen een haakse bocht maakte naar het Schuytendiep. Via dit Schuytendiep, de Hunze voeren de Gasselternijveense schippers met hun "schuyten" via het Zuidlaardermeer naar Groningen. We vinden in Groningen nog steeds het "Schuitendiep".
In de tweede helft van de zeventiende eeuw wordt turf een steeds belangrijker artikel. Het "aan snee brengen" of "vervenen", de productie van turf, wordt door verschillende "compagnieën" ter hand genomen. Deze compagnieën worden gevormd door een aantal ondernemers, participanten genaamd, die voor gezamenlijke rekening een stuk veen aan snee brengen. Ook de Gasselter boeren zien voordeel in het vervenen. In 1660 sluiten zij een kontrakt met de uit Assen afkomstige Johannes Struik en zijn compagnons Niekerk en van Welveld. Het kontrakt behelst het volgende: Struik & Co. moeten een kanaal graven, vanaf de Hunze met een bocht richting Drouwenermarke (het z.g. "Hooftdiep") Tevens verbeteren ze verlaten in de Hunze. Door middel van deze verlaten wordt het waterpeil in de Hunze geregeld. In ruil krijgen zij de helft van het "Gasselter"veen. Het gedeelte dat de Gasselter boeren behouden heet tot vandaag de dag Gasselterboerveen en Gasselterboerveenschemond.
Het gedeelte dat Struik & Co ten deel valt krijgt vooreerst de nam "Participantenveen". Dit is het gebied dat wij nu kennen als Gasselternijveen en ons eigen Gasselternijveenschemond.

Grote en Kleine Compagnie
U kunt objecten en plekken op de foto's met de muis aanwijzen waarna hierover informatie verschijnt.
kaartfragment kaart 1889   foto nr. onst004
Grote en Kleine Compagnie.

Na het overlijden van Struik heeft op 26 juni 1668 de verdeling van het "Participantenveen" plaats. Een en ander wordt beschreven in een "Scheid-Zedul". We lezen het volgende:

"Hebben zig bij malkanderen gesettet, de frouw Weduwe Struuk & de Heer Capitein Huibert Struuk (Struiks zoon), die bij 't Lodt toe diele gevallen is, de Zuiderzijdt en de Weled. Heer Zeino Joa van Welveld en de heer Doctr. Niekerk die te deel gevallen is de Noorderzijdt.".
Het zuidelijk gedeelte krijgt later de naam "Kleine Compagnie", het noordelijk deel "Grote Compagnie".  Tussen de twee compagnieën wordt voor gemeenschappelijke rekening een wijk gegraven. Deze wijk loopt vanaf de Dam bij het "Hooftdiep" n Gasselternijveen ongeveer 1 kilometer oostwaarts. Op de zogenaamde "Catrijnewijk" wordt later het kanaal vanaf de Gasselternijveenschemond aangesloten. Het vervenen, aanvankelijk beginnend bij het Gasselternijveen gaat relatief langzaam. Anders dan in omringende veenderijen zijn de verveners op 't Nieveen tevens schipper. De geproduceerde turf wordt door henzelf vervoerd en verhandeld. Via het door Struik & Co gegraven "Hooftdiep" en de aansluiting hiervan op de Hunze wordt de turf tot over de grenzen verhandeld. Ons gebied is nog steeds "woest en ledig". In het belasting "cohier van het Carspel Gasseltere Nijveen" uit 1807 worden de onroerende goederen van de veeneigenaren in het "Participanten Nieuwveen" beschreven. Deze veeneigenaren wonen meest langs het Hoofddiep in Gasselternijveen. Bijvoorbeeld Albert Banting. Hij heeft de volgende eigendommen op het Gasselternijveen en in ons gebied:

"een huis en plaatse bestaande in 4½ mudde saailand, 8 mut hooiland, 2 beesten weidland. plm. 12000 vierkante roeden veen (onsgebied), zijnde moeras en 8 ruwe dallenplm. 50 treden groot. Alles geswet (begrensd door) ten Oosten het Groninger territoir, west Nieveenster Hoofddiep, Zuid Willem Salomons en den heer Trip, noord Jan Eerken of Gasselterboerveen."

Het Kadaster bestaat nog niet. De perceelsgrenzen worden op bovenstaande manier, het aangeven van de naam van de buurman, bepaald. De veenplaatsen reiken oost-west vanaf het Hoofddiep in Gasselternijveen tot de grens met Groningen, het "Westingwoldigerland". Ons gebied wordt in het cohier "wild moerassig veen", "ruw veen" of "veen zijnde moeras" genoemd.


Het Stadskanaal wordt gegraven.

In 1765 is de stad Groningen bij "Baarveld" begonnen met het graven van het Stadskanaal. Enige jaren eerder, in 1756, is bij resolutie van de Landschap Drenthe, besloten turfafvoer van Drense turf alleen toe te staan via de Hunze. De bevaarbaarheid van de Hunzewordt echter steeds slechter. Het gestaag vorderen van het Stadskanaal en achteruitgang van de bevaarbaarheid van de Hunze dwingt het bestuur van de Landschap Drenthe tot onderhandeling met "de stad" (Groningen). over turfafvoer via het Stadskanaal. In 1797 worden de gezamenlijke markegenoten eigenaar van de Hunze en wordt toegestaan dat ze rechtstreeks met de "stad" onderhandelen. De resolutie van 1756 (afvoer turf alleen via de Hunze) wordt ingetrokken. Op 21 juni 1800 is er een akkoord tussen de twee partijen over de turfafvoer door het Stadskanaal. In dat jaar komt de tweede sluis in het Stadskanaal klaar. Door onengheid omtrent grensscheidingen bij de Semslinie wordt het graven van het Stadskanaal in 1800 gestaakt. Het kanaal is dan ongeveer tot ons gebied gevorderd. Het zal tot 1818 duren voordat het kanaalgraven hervat wordt.
Op deze kaart komt duidelijk de wijze van aanleg tussen twee dwarsdiepen uit. Men ziet de boerenplaatsen in de Kleine Compagnie haaks op de Gasselternijveenschemond.

Convenanten
U kunt objecten en plekken op de foto's met de muis aanwijzen waarna hierover informatie verschijnt.
protecol   foto nr. ostn001

Hiernaast zien we het "Protecol van de huishoudelijke Directie in de zogenaamde kleine Compagnie op het Gasselter Nieuveen".

In dit protecol zijn verschillende voor de kleine compagnie belangrijke stukken afgeschreven.
Het loopt van 5 juni 1800 tot 26 juli 1814.

Dit archiefstuk lag aanvankelijk in het gemeentearchief van de gemeente Gasselte, in het oude gemeentehuis in Gasselternijveen.
Bij de laatste inventarisatie en beschrijving van dit archief in 1953 is het "Protecol" verhuisd naar het provinciaal archief in Assen.
Het stuk draagt nog steeds het etiket met het oude "Gasselternijveense" inventarisnummer.

De inhoud geeft interressante details over de gang van zaken binnen de verveners-onderneming "de Kleine Compagnie".
De inhoudsopgave geeft al een beeld van het omschrevene.


 Klik hier 
  voor de inhoudsopgave van het "Protecol van de huishoudelijke directie in de zogenaamde Kleine Compagnie op het Gasselter Nieuveen.

Het Convenant van 1817 en 1822.

De grensscheidingskwestie wordt in een "Convenant" (overeenkomst), ondertekend door de onderscheidene partijen op 17 mei 1817, finaal opgelost. Willem Salomons en Meindert Bakker, veeneigenaren in het "Participanten Nieuwveen" voltooien in 1820 de graving van de eerste 45 roeden van de Gasselternijveenschemond. De lengtemaat "roede", enigszins verschillend per gebied is ± 4 meter. Er was dus 200 meter "Nijveenstermond" gegraven.De turf die Salons en Co hierbij produceren wordt door een zekere Jan Jans Tiezens gekocht en afgevoerd. Vier jaar later is er al een huisje gebouwd op de oosthoek van het Eerste Dwarsdiep. Het tempo van 200 à 250 per jaar wordt redelijk gehandhaafd.

 Klik hier    voor transcripties over den aanleg en de voortzetting der verveening van het Gasselter Nieveen", gesloten 19 augustus 1822.

De afgegraven turf is in deze periode belangrijker dan het daarna omvormen van de ontstane dalgrond tot vruchtbare teelaarde. Een artikel in de Provinciale Drentsche en Asser Courant geeft een sfeerbeeld uit die periode.
Het afgraven van het veen
U kunt objecten en plekken op de foto's met de muis aanwijzen waarna hierover informatie verschijnt.
(1)Kienholt

Blijkbaar werd het veen ook niet tot de zandlaag weggegraven. Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw komen de boeren bij het ploegen van hun land regelmatig het zogenaamde "kienholt" tegen. Dit zijn restanten van bomen, die ooit hier een bos hebben gevormd. Tijdens de vorming van de veenlaag zijn ze hierdoor overdekt en komen nu in de onderlaag van het resterende veen tevoorschijn. Dit is natuurlijk erg lastig; soms zijn het komplete boomstammen.

 

Deze worden uitgespit en verwijderd om ze niet nóg een keer tegen te komen. Bij het zogenaamde "diepploegen" dat omstreeks 1960 als grondverbetering werd uitgevoerd kwam extreem veel "kienholt" boven. Jan Mulder maakte hier een fraaie opname van. U ziet de achterkant van de boerderij van Pieter Bentum, uiterst links nog een gedeelte van de boerderij van Jacob Pott. Op de voorgrond het bovengeploegde "kienholt".

In november 1839 wordt het uiteinde van de reeds eerder gegraven "Catrijnewijk" in Gasselternijveen bereikt en is de Mond of kanaal door het Nieuwe Veen van Gasselte, de Gasselternijveenschemond gereed. Dit feit wordt door de Nijveenstermondsters van vandaag als de geboortedatum van hun woonplaats Gasselternijveenschemond genomen.
Voor de schippers van Gasselternijveen is het gereed komen van deze vaarweg een heuglijk feit. Sinds 1832 was het voor hen niet meer mogelijk hun woonplaats per schip te bereiken.. Oorzaak was het wegspoelen van een verlaat in de Hunze, vlakbij Gasselternijveen. Men was in de volgende jaren gedwongen om op te leggen in Bareveld en vervolgens met de paardetram richting Gasselternijveen te reizen. In 1840 varen al 32 schepen via de Gasselternijveenschemond naar huis om te overwinteren.
Blijkbaar is er ook een beurtvaart geweest, er is weinig van bekend, maar we lezen in de gemeenterekening uit 1870 bij de inkomsten een post:

Vergoeding aan de gemeente Gasselte van schipper J.Niehof voor 't regt om in 't veen tusschen Gasselternieuwveen en Groningen te varen f 25, -

In 1865 wordt er een wijziging in de plannen aangebracht. Het gemeentebestuur van Gasselte en Gedeputeerde Staten komen overeen dat het gedeelte Gasselternijveen "tot aan den kunstweg te Stadskanaal" in plaats van macadam (Macadam-weg: weg met steenslagverharding, genoemd naar de Schotse ingenieur John Mac Adam 1836 red.) een klinkerbestrating zal krijgen. De benodigde klinkerstenen komen voor rekening van de gemeente Gasselte. De Gasselternijveenschemond krijgt dus een klinkerweg. In 1866 is de weg gereed. In overleg met de stad Groningen wordt ook het groninger gedeelte van de weg ten laste van de gemeente Gasselte van een klinkerbestrating voorzien.

De tegenwoordige situatie.

De aangelegde klinkerstraat wordt in 1937/38 gerenoveerd. Het nog aanwezige veen wordt verwijderd en vervangen door een goede onderlaag. De weg wordt voorzien van een asfaltlaag. De twee bruggen bij de dwarsdiepen verschaffen snelle doorgang door ons "wijken en sloten gebied". Bij de Dwarsdiepen vindt in de loop der jaren een zekere kernvorming plaats. Bij het Eerste Dwarsdiep is met name de strocartonfabriek "Ons Belang" en zijn arbeiders hieraan debet.  Bij het Tweede Dwarsdiep geldt hezelfde voor de melkfabriek "de Eerste Veenkolniale" en de school. De tussenliggende gedeelten heten in de volksmond "Oop'n Eende" (Open Einde). In 1952 werd de J.H.Kruitstraat aangelegd. In de negentiger jaren is door bouw van nieuwe woningen aan de Noordzijde het lint dichtgebouwd en is er nog slechts sprake van een open eind tussen het Tweede Dwarsdiep en bebouwing bij het Nieuwgraven.

Dit is de website van henk en zwaan staal                                     U kunt reageren via mail: henkenzwaanstaal@hetnet.nl
U keek naar foto's en informatie over de ontstaansgeschiedenis van Gasselternijveenschemond
terug naar het begin van deze rubriek
Wellicht zag U iets dat niet klopt, inkompleet was of anderszins korrektie behoeft.
Laat het ons a.u.b. weten.